conversations on ethics


MORALITY IS A DEVICE ... THE UNDERLYING MECHANISM BY WHICH WE SOLVE EVERYDAY COORDINATION PROBLEMS ... TO HELP US SETTLE ON THE EQUILIBRIUM THAT STRIKES US AS FAIR

In kapitalen.
En bold.

Ken Binmore, de volgende geïnterviewde, weer een econoom van origine, is om meerdere redenen een man naar mijn hart!
Op de vraag: How ought we to live?
antwoord hij met een tegenvraag: What animals ought there to be?
Voor hem een kwestie van evolutie dus. En de evolutie heeft ons een device geleverd wat we met morality aanduiden.

Het gaat niet alleen over Binmore, het gaat ook over Rawls, de man van de original position en revolving renegotiation, vanuit die positie, van het sociale contract.
Uitgangspunt: je wordt steeds naar binnen toe geblinddoekt, je hebt geen kennis van je talenten, en ook niet van het vermogen dat je vader je achter gaat laten of dat je reeds bijeen gesprokkeld hebt, en moet dan bepalen wat rechtvaardige regels van samenleving zijn.
Ofwel, bij het vaststellen van de regels weet je niet van welke schoen jou aangepast gaat worden: kom ik in mijn eigen schoenen terecht of kom ik in die van de ander?! Want eerst daarna word je op de door jezelf ingerichte samenleving losgelaten. Che sarà, sarà: high society of subordinate social class?

Binmore moest een lezing houden on moral philosophy and economic theory en besloot een paper in te leveren uitgaande van Rawls. Omdat hij vond, als econoom, dat Rawls de mist in ging als het om bargaining ging.
Hij heeft vier bezwaren tegen Rawls (ik nog wel wat meer, maar we laten nu Binmore aan het woord):
- hij vindt dat Rawls een roze bril opheeft als hij denkt dat we (bij onze start of herhaald) van scratch kunnen beginnen
- hij heeft een andere inschatting over de kansen die mensen zichzelf toedichten om in een specifiek paar schoenen terecht te komen (terwijl een mens meer klompen ziet dan slangenleren laarsjes: fifty fifty)
- bij het kiezen spelen voorkeuren een rol die wel voorgeprogrammeerd zijn maar waarvan de inhoud nog niet vast staat
- als je onverhoopt in de verkeerde schoenen terecht komt en de boel pakt dus niet uit zoals jij met jouw regelgeving in het hoofd had, hou jij je niet aan jouw deel van de afspraak

Praktische man. Het klinkt meer als een terechtwijzing, zijn antwoord op een vraag van Voorhoeve: You can invent a moral philosophy if you want, a system of categorical imperatives, but there is no reason that I should pay attention to it!
Zegt hij tegen Voorhoeve!
Zou hij het ook tegen mij zeggen?
Ik heb al een keer gevraagd naar Uw reflective equilibrium.
Hoe staat het met Uw equilibrium tussen hoe U Uw rechten ervaart en zoals U mijn plichten ziet?
En ligt dat misschien in het verlengde van Uw reflective equilibrium?

Ik ben niet helemaal tevreden met mijn man. Hij zegt: Our fairness norms run below the level of consciousness. Alles goed en wel, en dat is bij Balkenende (die van de normen en waarden, we komen niet zomaar van die man af, en hij gaat nog een keer langskomen) ongetwijfeld het geval. Maar, dat geldt alleen voor gekende situaties.
Bij nieuwe situaties, zegt hij, grijpen we bewust terug op evolutie die er ligt of we gaan evolutie maken.
Ook dat klopt: zie Wilders.
Maar, hoe praktisch ook, daarmee is de vraag niet beantwoord - conversations on ethics mag natuurlijk geen vrijblijvende babbel worden.
Hij wil van onze queeste niets weten: What a science of morals can do for you is tell you what will work and what will not work!
Maar geen goeie bedoelingen. Godbewaarme!

Maar wat is equal - daar staat een vleugel, dus voor de renegotiation pik ik die alvast in, want de ander speelt vast geen piano, die mist er toch niks aan!
Daarna gaan we eerlijk delen. Kwestie van het invullen van de wel voorgeprogrammeerde maar nog maagdelijke preferenties.

Tussendoor krijgen we antwoord op de vraag: waarom zijn we ongelukkig.
Binmore is een egalist - hij ziet vroegere samenlevingen zonder bazen en eerlijk delen (de Eskimo’s, de Aborigines). Of het illusoir is weet ik niet.
Maar dan komt het. De ontwikkelde, gecompliceerde samenleving vraagt om arbeidsdeling dus organisatie dus managers: om één of andere reden krijgen die managers een deel dat op het niveau van het Balkie-normpje of nog hoger ligt.
The social contract is at odds with our biology (zeggen Maryanski & Turner in The social cage) which brings a load of unhappiness.
’t Is maar dat we het weten.

Maar daar hebben we weer de zeer praktische, bovenal niet utopische Binmore - I am not relying on individuals’ love of justice. There is no need to evoke a special taste of fairness. If people believe that others will aim to settle a fair equilibrium, they, too, will want to settle on that equilibrium.
Daar komt voor mij Wilders om de hoek. Want het omgekeerde geldt ook: als we geen ogen hebben om te zien dat anderen dat equilibrium wel degelijk zoeken, of als we dat niet willen zien, dan trekken we op naar een ander equilibrium.
Gord U aan, Gord U aan,
gord U moedig tot den strijd
Sla ineen de broederhanden
door tot in de heidenlanden

(let op de gebiedende wijs enkelvoud: wat is dat voor volk?)
Dankzij Binmore heeft Leonardo weer eens een wetmatigheid ontdekt. (Moet nog uitgewerkt worden tot een natuurwet.) Dat is wat historie maakt, wat historie altijd is geweest: the continuous shifting of the scapegoat.

Dan komt er eentje die ik mooi vind, maar ik weet niet of hij mooi (lees: venijnig) bedoeld is, of dat hier sprake is van een fout van Voorhoeve. Op diens vraag ... many would intuitively think that we have a duty to save someone ... antwoordt Binmore: Philosophers who proclaim that we have certain rights and duties on the authority of their “considered intuitions” are getting matters the wrong way around. Het woordje “their” past niet bij “we have”. Voorhoeve’s fout of Binmore’s vooropgezette bedoeling? Ik bedoel: mogelijk legt Binmore hier, als tussen neus en lippen door, de vinger op de zere plek - de arrogantie van de filosoof dat zijn emotionele wereld een kopie is van de werkelijkheid.
En hij legt uit wat die wrong way around is. Hadden wij onze rechten en plichten en zijn daar omheen instituties geweven. Of waren er instituties en hebben wij rechten en plichten om die te onderhouden? Binmore is van het laatste overtuigd.
Ik versta het zo.
Is het Koninkrijk der Hemelen zo gearrangeerd omdat wij inzicht hebben in goed en kwaad en dat inzicht met deze institutie beschermd moet worden? Of was het Koninkrijk der Hemelen er van den beginne om goed en kwaad te scheiden en hebben wij rechten en plichten gekregen om te zorgen dat de eigengereide Lucifer dat ingepeperd krijgt?
Ik weet het niet. Nog maar eens een keertje een appeltje eten.

Ik had hiermee willen afsluiten, maar Balkenende komt nog één keer om de hoek - ik kan er ook niks aan doen. Wanneer Binmore Hume erbij haalt die, in zijn Dialogues concerning Natural Religion Philo het antwoord laat geven op de vraag won’t society fall apart if people stop believing in God? - de kwintessens van B’s queeste naar de handhaving van zijn normen en zijn waarden.
Philo zegt:
Ask any person what he holds most certain and he will tell you his belief in God.
Look at his behavior, and you wouldn’t think he believed in God.
Philo doelt hierop: als Balkenende zo gelovig is, waarom maakt hij zich dan druk om zijn eigen zo uiteenlopende belangetjes - zoals mijn hogere inkomen is het hoogst haalbare, of promotie tot President van Europa, of wel de meerdere maar niet de mindere van Bos - en waarom maakt hij zich niet drukker over de vraag hoe hij Gods straffende hand kan ontlopen, door de van God ontvangen talenten als diens genade te voelen en daarom Jezus te volgen in de Bergrede (denk aan Aantjes) - zoals dat geweldige inkomen delen met uitkeringstrekkers, of in het Catshuis gevangenen ontvangen?

Het lijkt Leonardo (die van Vinci bedoel ik) wel. Philo, die dergelijke inzichten had zonder ooit het prototype, Balkenende, in werking gezien te hebben.
Ik sta met stomheid geslagen!